Toen Luciano Pavarotti in Nederland was in het kader van zijn afscheidstoernee. Boodt Renée Hogeland hem, een fantastisch portret aan. De maestro was zichtbaar ontroerd “ik hang hem op in mijn huis.”
Ik ben geboren in Haarlem in 1954. MMS en Schoevers gedaan en beland in de koffiehandel in Amsterdam bij Hagemeyer. Toen ze me vroegen om naar Parijs te gaan om daar in de koffie handel te gaan dacht ik, ik wil iets totaal anders. En dat werd het. Aangenomen op de Utrechtse Hogeschool voor de Kunsten wilde ik schilderen. Dat werd in die tijd niet monumentaal genoeg genoemd. Met zijn tweeën mochten we er toch uiteindelijk in afstuderen. Ik woon en werk nu al weer jaren in Wassenaar.
Ik schilder figuratief maar met een groot gebaar.
Ik hou van snel schilderen meestal in acryl of in acryl met inkt. De snelle droging van de verf vind ik heerlijk. Gewoon in zo’n schilderij kruipen. Totaal van de wereld zijn. De reis/zoektocht aangaan. De tussenweg vinden tussen een los geschilderd schilderij dat wel klopt. Het trachten om het niet teveel af te maken. Wanneer moet je stoppen – wanneer ga je te ver.
Met de uitspraak:
“In een leeg doek zit al een schilderij. Je moet het alleen maar uit te halen” ben ik het helemaal eens.
Schilders als Marlene Dumas vind ik geweldig. Vooral haar sepia tekeningen. Ook Kees van Bohemen -een beetje vergeten schilder- heeft een mooie snelheid in zijn schilderijen. Isaac Israels en Breitner kunnen mij ook inspireren. Vooral het licht dat ze in hun schilderijen gebruiken. 
Ik kan door van alles geïnspireerd raken. Een reis, een foto in een krant, een jazz/ballet
voorstelling of een film. Ik vind het heerlijk om vrouwen te schilderen. Heb het door de jaren veel gedaan. Proberen iedere keer sterke vrouwen te schilderen Die toch elegant, vrouwelijk of exotisch zijn. Ik heb de koepel van restaurant de Koepel in Voorburg geschilderd in twee dagen op steigers met 17 erotische vrouwen en met de toenmalige eigenaar Henk Savelberg er bij. Hij wilde eigenlijk engeltjes maar dat zijn duidelijk super bengeltjes geworden. Kon daarna drie dagen niet lopen van al het heen en weer geklim. Zulke opdrachten zijn geweldig.
Ook het schilderen van Pavarotti en als enige op zijn persconferentie dat hem mogen aanbieden. Heb ook wel eens een doodskist beschilderd met de overledene erin. Toen mijn mobiel afging sprong ik van schrik 2 meter de lucht in. Ik dacht dat het uit de
kist kwam.
Ik hou soms van bijna doorzichtig schilderen en dan weer gebruik ik dikke verf. Gebruik pastel kleuren met primaire kleuren. Ik hou van groot opzetten en schetsmatig werk. Het moet op een afstand spreken maar ook dichtbij een verhaal hebben. Verder moet je je gevoel gebruiken. Impulsief ergens een vlek neer zetten en weten dat die goed staat.
Ik vind schilderen zo leuk dat ik wel kan blijven doorgaan. Soms zeggen mensen heb je dat schilderij nog? Daar heb ik er al overheen geschilderd. Kom nooit terug met een schilderij omdat ik de handtekening heb vergeten, want je krijgt een heel ander schilderij terug.
Het gaat niet om inspiratie. Je moet gewoon werken. Maar je hebt wel momenten dat het heel lekker gaat. Dan hoef je niet na te denken. Dan gaat het penseel vanzelf.
Ik zet vaak een schilderij op zijn kop. Dan zie je beter hoe de vorm, kleuren en verhouding zijn. Een goed schilderij moet niet afhankelijk zijn van de voorstelling.
