Tien vragen aan Paul Dijkman - ‘Elk schilderij is een experiment’
1. Wanneer begon je te schilderen?
Op mijn zestiende.
2. Wat schilder je?
Bossen, landschappen, vrouwen, water, bladeren, dieren, de zon.
3. Waar haal je je inspiratie vandaan?
Vroeger de Brabantse velden, Drunense Duinen en bossen. Later het
oerwoud, de Amazone, en wilde kampeertochten. Nu kan een blad in de
tuin of een zeiltocht al een schilderij opwekken.
4. Waarom gebruik je zoveel kleuren?
Omdat ze bestaan. Ik ben katholiek opgevoed, dan mag dat.
5. Waarom schilder je?
Goeie vraag. Ik weet het niet. Ik zit zo in elkaar.
6. Als je jezelf in een kunsthistorische traditie zou moeten plaatsen, waar
sta je dan?
Mijn kleurgebruik en formele naïviteit is mogelijk dankzij de Fauvisten en
COBRA. Maar verder werk ik in een romantische symbolische traditie –
op mijn eigen manier. Mijn werk gaat over het mysterie en de emotie van het leven, gesymboliseerd door ondoordringbare bossen, verwarrende waterspiegelingen en zinnelijke vrouwen.
7. Wat is je materiaal?
Olieverf en acrylverf, met beide hun eigen drager. Met olieverf schilder ik op linnen. Voor de acrylverf gebruik ik meestal glasheldere acrylaatplaten als drager. Die beschilder ik aan beide zijden, zodat er een verwarrende gelaagdheid ontstaat.
8. Noem drie favoriete schilders
Als puber was ik diep onder de indruk van Picasso. Nu houd ik van
Frans Hals – ook van zijn late ingetogen werk – en van de
getormenteerde Schiele en de levenslustige Matisse.
9. Je schrijft ook over stedenbouw. Waarom?
Ik ben geïnteresseerd in de achtergrond van emoties. Architectuur
manipuleert mensen. Ik analyseer hoe.
10. En die romans?
´Het Lot´ is een geestige dwaaltocht. Tot mijn vreugde beschreef een
criticus het als een wonderlijke mix tussen Sybren Polet en Gabriel
García Márquez. Dat compliment gaf me energie voor nummer twee: 'De man die zijn liefde kwijtraakte'. Het is het verhaal van een hormonaal gestuurde student die de liefde van zijn leven ontmoet en via haar familie betrokken raakt bij valse kunst. Het is een spannend boek, geschreven in ik-vorm, alsof de student het zelf vertelt. Het boek is uitgekomen onder het pseudoniem 'Zomerhout'. Ik werk nu aan nummer drie. Schilderen en schrijven gaat uitstekend samen.